Starten met een schoolmoestuin

Waarom onze moestuin?

Verantwoord gezonde groenten kweken
Ga aan de slag met jouw moestuin en geniet binnenkort van verse groenten en kruiden.

Simpel groenten verbouwen op niveau
Groenten kweken in de moestuinbakken bied optimaal kweekgemak en kost weinig tijd.

Stevige, duurzame moestuin
Het stalen frame zorgt voor een stevige, weerbestendige moestuin.

Starten met een schoolmoestuin

Een moestuin vraagt heel wat planning en werk, maar in ruil daarvoor krijg je een boeiende omgeving waarin je samen met de leerlingen (zeker in het basisonderwijs) aan de slag kunt gaan. In een moestuin kun je het hele jaar door werken. Heel wat werk kan samen met de leerlingen gebeuren: zo wordt ‘de’ moestuin algauw ‘hun’ moestuin. Bovendien worden de leerlingen beloond voor hun harde werk met oogst uit de eigen tuin. En veel handen maken het werk lichter. Houd er wel rekening mee dat er ook in juli en augustus (voor sommige groenten al wat meer dan voor anderen) werk zal zijn in de moestuin.

Hieronder bespreken we stap voor stap hoe je ‘vanaf nul’ een ecologische moestuin kunt aanleggen. De drempel ligt niet hoog: we kiezen voor een kleine tuin in de openlucht. Langdurige of plaats verslindende teelten laten we achterwege. Geen grote lappen bewaaraardappelen dus maar plukverse groenten die gemakkelijk groeien!

    

Grootte van de moestuin

Voor de locatie van de moestuin kun je het beste een zonnig plekje in de tuin kiezen. Bij voorkeur op het zuiden gericht, eventueel op het zuidwesten. Hoe groot wordt je moestuin? Dat hangt af van de ruimte die je hebt en de tijd die je eraan kunt besteden. Je kunt maar beter klein beginnen en de tuin zo organiseren dat je hem later nog kunt uitbreiden, bijvoorbeeld door er een strook gazon bij te nemen.

Wij stellen een moestuin voor van ca. 48 m², dus ongeveer 5 m breed en 9,5 m lang. Je hebt die 9,5 m nodig voor de breedte van de percelen en de paden (zie tekening). Afhankelijk van de situatie op school kun je deze afmetingen natuurlijk aanpassen. Is er op school geen ruimte voor een moestuin in de volle grond, overweeg dan om te werken in moestuinbakkenmoestuinrekkenmoestuintafels of potten.

     

Inrichting

Hoe richt je de moestuin in? Een eerste vereiste is een hoofdpad van 100 cm breed dat over de hele lengte van de moestuin loopt. Omdat de moestuin maar 5 m breed is, kun je dat pad het beste aan de zijkant aanleggen en niet in het midden (zie tekening). Als een van beide zijkanten een groot deel van de dag in de schaduw ligt, kies dan die kant voor het pad.

Op zwaardere of natte grond is het een goed idee om het pad te bedekken, bijvoorbeeld met houtsnippers. Die moet je wel geregeld aanvullen. Grind of losse steentjes zijn af te raden: dat materiaal verspreidt zich vlug in de tuin en je pad zit zo weer onder zand en modder.

     

Indelen in percelen

De moestuin wordt ingedeeld in percelen. De percelen staan loodrecht op het hoofdpad. Alle percelen moeten even groot zijn. Dat is belangrijk omdat je de groenten elk jaar een perceel gaat ‘opschuiven’. Deze indeling van de moestuin is dus niet willekeurig; ze is noodzakelijk om later vruchtwisseling toe te kunnen passen. Aangezien kinderen kortere armen hebben, moeten de percelen in een schooltuin smaller zijn dan in een moestuin voor volwassenen. Bovendien moeten de paden tussen de percelen breed genoeg zijn om een groepje leerlingen te laten rondlopen. De paadjes tussen de percelen kun je, net als het hoofdpad, bedekken met houtsnippers.

Concreet betekent dit alles dat de 9,5 m lengte wordt opgedeeld in 6 percelen van 80 cm breed met telkens een paadje van 80 cm ertussen. Aan de uiteinden van de moestuin is er telkens ruimte voor een paadje van 35 cm breed (zie tekening). Zo kunnen kinderen overal gemakkelijk bij en is er voldoende bewegingsruimte tussen de percelen. Dit is natuurlijk maar een voorbeeld van een mogelijke indeling. Heb je bijv. een lang smal stuk grond, dan kun je de percelen naast elkaar – op een lijn – aanleggen.

     

Beschutting voor de moestuin

Hagen en heggen zijn belangrijk voor de beschutting van een ecologische moestuin: zij zorgen voor een geschikt microklimaat. We doorlopen even de vier windstreken.

  • In het noorden staat de zon nooit en noordenwind is een koude wind. Een scherm van 2 m hoog is aan de noordkant zeker nuttig. Het oosten is de kant van de ochtendzon, die belangrijk is voor de plantengroei.
  • Oostenwind is er niet zo vaak. Als hij er toch is, brengt hij in de winter meestal koude lucht mee en in het voorjaar uitdrogende lucht. Wat dacht je van een struikenrij met bessen om de oostenwind enigszins te temperen? Voorzie daarvoor wel een breedte van ongeveer 1 m.
  • Het zuiden brengt in het vroege voorjaar de eerste zonnestralen, die belangrijk zijn voor de opwarming van de bodem en het opgroeien van de vroegste teelten. De zuidkant blijft het best volledig open, zodat je het zonlicht optimaal benut.
  • Vanuit het westen komen wind en regen, maar zelden echte kou. Een aanrader om in een open landschap de moestuin tegen stormen te beschermen is een haag van sterke, windbestendige struiken. Een wintergroene haag geeft de meeste beschutting.

       

Een goed aangeplante haag doet meer dan wind tegenhouden. Hagen, heggen of een rij kleine fruitstruiken bieden ook een schuilplaats en voedsel aan vogels, zoogdieren en insecten: dieren die je graag ziet komen in je moestuin. Het zijn namelijk natuurlijke vijanden van allerlei belagers van je groenten.

    

Grasland omvormen tot een moestuin

Hoe verander je grasland in tuingrond? Je werk begint voor de winter. Zo krijgen de graszoden meer tijd om te verteren. Maai het gras zo kort mogelijk. Voer het maaisel af naar de composthoop. Spit met de spade één steek diep. Dat is ongeveer 20 tot 25 cm. Draai de steek om, met de graszode naar beneden. Dit doe je voor het hele terrein. Als het terrein is omgespit, verdeel je het in percelen. Bedek vervolgens de bodem van de percelen met een laagje plantenmateriaal. Gebruik daarvoor hooi, stro, lang gras of ander kruidachtig materiaal. Maak de laag minstens een halve cm dik, en zeker niet dikker dan 2 cm. Zo’n laag noemen we mulch. De pas aangelegde moestuin kan zo de winter in.

     

Hoe verander je braakland in moestuingrond?

Een stukje tuin waar lang niets aan gedaan is, noemen we braakland. Er ontstaat een dichte begroeiing van wilde planten. Als het braakland veel weg heeft van een weide, dan ga je te werk zoals beschreven bij het grasland. Is er meer andere kruidgroei dan gras, verwijder die dan eerst.

  • Kruidgroei steek je uit met een spitvork.
  • Graspollen wrik je los met een mesthaak.
  • Vervolgens ga je te werk zoals beschreven staat bij het omvormen van een grasland.

       

Een schooltuin in moestuinbakken

In een pot, moestuintafel of moestuinbak (die niet in de volle grond overgaat) zit niet hetzelfde leven als in de volle grond. De inhoud van je pot of kweekbak is dan ook bepalend voor het succes van je moestuin.

        

De onderlaag

Grote potten kun je het beste meteen op de juiste plaats zetten voor je ze gaat vullen. Zet ze bij voorkeur op stenen of balkjes zodat ze iets van de grond af staan. Op die manier bescherm je de ondergrond en zorg je dat het water gemakkelijk weg kan. Vul te grote gaten onderin de pot op met potscherven, worteldoek, jute of karton, zodat het water uit de pot kan, maar de aarde in de pot blijft. Voor grote potten kun je kurken of kleikorrels onderin de pot aanbrengen of onder de grond mengen om de pot minder zwaar te maken. De kleikorrels houden bovendien goed water en voedingsstoffen vast. Let er wel op dat de pot zwaar genoeg is zodat hij niet kan omvallen of omwaaien.

Zorg ervoor dat je grond vochtig is op het moment dat je zaait of plant. Bedek je zaadjes met een dun laagje grond of druk je plantjes goed aan, dan komen ze zo snel mogelijk in contact met het water.

    

De moestuingrond

Elke plant heeft steun, water, lucht en voedingstoffen nodig. Zorg er dus bij de samenstelling van je grond altijd voor dat deze elementen voor de plant beschikbaar zijn tot hij volgroeid is. De grond moet het water goed laten insijpelen, maar mag ook niet te snel uitdrogen.

In tuincentra kun je klaargemaakte potgrond kopen. Die bevat alles wat planten de eerste weken nodig hebben, maar hij bevat ook turf, schadelijke stoffen en chemicaliën. Turf wordt gewonnen uit ecologisch zeer waardevolle gebieden en is niet hernieuwbaar. Het is dan ook beter om die potgrond niet te gebruiken. In onze webshop vind je een alternatief voor deze potgrond op basis van kokosvezel, lavagruis en organisch materiaal.

      

Water voor de moestuin

Het is moeilijk om exact te zeggen hoeveel water je aan je planten moet geven; het is een kwestie van aanvoelen. Controleer elke dag eens of de grond nog vochtig is en geniet ondertussen van je eigen creaties. Geef water op het begin of het einde van de dag wanneer je planten niet in de zon staan. Je geeft water totdat er een klein beetje water uit de moestuinbak loopt. Controleren of je grond nog vocht genoeg bevat doe je met de knijptest. Neem een handvol grond. Als je die grond samen knijpt mag er geen vocht uitkomen, maar hij mag ook niet volledig uit elkaar vallen wanneer je je hand weer opendoet.

Er zijn een aantal systemen die ervoor zorgen dat je grond niet te snel uitdroogt. Zorg bijv. voor een mulchlaag bovenop je aarde. Deze laag bestaat uit niet verteerd organisch materiaal, zoals cacaodoppen, onverteerde compost, stro, houtzaagsel en -snippers of boomschors. Dit materiaal zorgt ervoor dat het water beter wordt vastgehouden en minder snel verdampt. Bovendien geeft dit mulchmateriaal langzaamaan voedingsstoffen af aan de grond.

Gebruik eventueel een aantal planten als signaalplanten. Observeer welke planten het meest gebukt gaan onder droogte. Hangen deze planten er slap bij, dan weet je dat je ook de andere planten water moet geven.

     

Voeding in de moestuin

Na een tijdje, meestal na zo’n 6 à 8 weken, zullen je eetbare planten wat extra voeding nodig hebben. Hoeveel en wanneer je daarmee moet starten hangt af van de groenten die je teelt en de grond waarin ze groeien. Zo zul je snijsla of raapsteeltjes in bloembakken niet moeten bemesten, maar grotere planten die langer in de pot blijven – zoals tomaten en courgettes – zullen vanaf het moment dat ze goed vruchten beginnen te dragen toch wel wat extra voeding nodig hebben.

Een schepje compost aan de kweekbak toevoegen kan zorgen voor extra voeding, maar heeft als nadeel dat de pot daarmee meestal snel vol is. In de winkel kun je biologische mestkorrels kopen die je droog in de pot strooit. Lees goed op de verpakking hoeveel mest je per liter grond mag geven. Te veel mest kan het einde van je plant betekenen. Telkens je je plant water geeft, lost een deel van de korrels op en de voeding wordt zo beschikbaar.

     

Beginnen met je schoolmoestuin?

We helpen je uiteraard graag verder! Misschien dat onze moestuinbakken, moestuintafels en moestuinrekken uitkomst kunnen bieden. In ieder geval zetten we graag onze expertise in om je te ondersteunen op het gebied van jouw schoolmoestuin, omdat wij geloven dat iedereen zich kan voorzien in zijn of haar eigen voedsel. Je moet alleen even weten hoe!

Starten met een schoolmoestuin

Een moestuin vraagt heel wat planning en werk, maar in ruil daarvoor krijg je een boeiende omgeving waarin je samen met de leerlingen (zeker in het basisonderwijs) aan de slag kunt gaan. In een moestuin kun je het hele jaar door werken. Heel wat werk kan samen met de leerlingen gebeuren: zo wordt ‘de’ moestuin algauw ‘hun’ moestuin. Bovendien worden de leerlingen beloond voor hun harde werk met oogst uit de eigen tuin. En veel handen maken het werk lichter. Houd er wel rekening mee dat er ook in juli en augustus (voor sommige groenten al wat meer dan voor anderen) werk zal zijn in de moestuin.

Hieronder bespreken we stap voor stap hoe je ‘vanaf nul’ een ecologische moestuin kunt aanleggen. De drempel ligt niet hoog: we kiezen voor een kleine tuin in de openlucht. Langdurige of plaats verslindende teelten laten we achterwege. Geen grote lappen bewaaraardappelen dus maar plukverse groenten die gemakkelijk groeien!

    

Grootte van de moestuin

Voor de locatie van de moestuin kun je het beste een zonnig plekje in de tuin kiezen. Bij voorkeur op het zuiden gericht, eventueel op het zuidwesten. Hoe groot wordt je moestuin? Dat hangt af van de ruimte die je hebt en de tijd die je eraan kunt besteden. Je kunt maar beter klein beginnen en de tuin zo organiseren dat je hem later nog kunt uitbreiden, bijvoorbeeld door er een strook gazon bij te nemen.

Wij stellen een moestuin voor van ca. 48 m², dus ongeveer 5 m breed en 9,5 m lang. Je hebt die 9,5 m nodig voor de breedte van de percelen en de paden (zie tekening). Afhankelijk van de situatie op school kun je deze afmetingen natuurlijk aanpassen. Is er op school geen ruimte voor een moestuin in de volle grond, overweeg dan om te werken in moestuinbakkenmoestuinrekkenmoestuintafels of potten.

     

Inrichting

Hoe richt je de moestuin in? Een eerste vereiste is een hoofdpad van 100 cm breed dat over de hele lengte van de moestuin loopt. Omdat de moestuin maar 5 m breed is, kun je dat pad het beste aan de zijkant aanleggen en niet in het midden (zie tekening). Als een van beide zijkanten een groot deel van de dag in de schaduw ligt, kies dan die kant voor het pad.

Op zwaardere of natte grond is het een goed idee om het pad te bedekken, bijvoorbeeld met houtsnippers. Die moet je wel geregeld aanvullen. Grind of losse steentjes zijn af te raden: dat materiaal verspreidt zich vlug in de tuin en je pad zit zo weer onder zand en modder.

     

Indelen in percelen

De moestuin wordt ingedeeld in percelen. De percelen staan loodrecht op het hoofdpad. Alle percelen moeten even groot zijn. Dat is belangrijk omdat je de groenten elk jaar een perceel gaat ‘opschuiven’. Deze indeling van de moestuin is dus niet willekeurig; ze is noodzakelijk om later vruchtwisseling toe te kunnen passen. Aangezien kinderen kortere armen hebben, moeten de percelen in een schooltuin smaller zijn dan in een moestuin voor volwassenen. Bovendien moeten de paden tussen de percelen breed genoeg zijn om een groepje leerlingen te laten rondlopen. De paadjes tussen de percelen kun je, net als het hoofdpad, bedekken met houtsnippers.

Concreet betekent dit alles dat de 9,5 m lengte wordt opgedeeld in 6 percelen van 80 cm breed met telkens een paadje van 80 cm ertussen. Aan de uiteinden van de moestuin is er telkens ruimte voor een paadje van 35 cm breed (zie tekening). Zo kunnen kinderen overal gemakkelijk bij en is er voldoende bewegingsruimte tussen de percelen. Dit is natuurlijk maar een voorbeeld van een mogelijke indeling. Heb je bijv. een lang smal stuk grond, dan kun je de percelen naast elkaar – op een lijn – aanleggen.

     

Beschutting voor de moestuin

Hagen en heggen zijn belangrijk voor de beschutting van een ecologische moestuin: zij zorgen voor een geschikt microklimaat. We doorlopen even de vier windstreken.

  • In het noorden staat de zon nooit en noordenwind is een koude wind. Een scherm van 2 m hoog is aan de noordkant zeker nuttig. Het oosten is de kant van de ochtendzon, die belangrijk is voor de plantengroei.
  • Oostenwind is er niet zo vaak. Als hij er toch is, brengt hij in de winter meestal koude lucht mee en in het voorjaar uitdrogende lucht. Wat dacht je van een struikenrij met bessen om de oostenwind enigszins te temperen? Voorzie daarvoor wel een breedte van ongeveer 1 m.
  • Het zuiden brengt in het vroege voorjaar de eerste zonnestralen, die belangrijk zijn voor de opwarming van de bodem en het opgroeien van de vroegste teelten. De zuidkant blijft het best volledig open, zodat je het zonlicht optimaal benut.
  • Vanuit het westen komen wind en regen, maar zelden echte kou. Een aanrader om in een open landschap de moestuin tegen stormen te beschermen is een haag van sterke, windbestendige struiken. Een wintergroene haag geeft de meeste beschutting.

       

Een goed aangeplante haag doet meer dan wind tegenhouden. Hagen, heggen of een rij kleine fruitstruiken bieden ook een schuilplaats en voedsel aan vogels, zoogdieren en insecten: dieren die je graag ziet komen in je moestuin. Het zijn namelijk natuurlijke vijanden van allerlei belagers van je groenten.

    

Grasland omvormen tot een moestuin

Hoe verander je grasland in tuingrond? Je werk begint voor de winter. Zo krijgen de graszoden meer tijd om te verteren. Maai het gras zo kort mogelijk. Voer het maaisel af naar de composthoop. Spit met de spade één steek diep. Dat is ongeveer 20 tot 25 cm. Draai de steek om, met de graszode naar beneden. Dit doe je voor het hele terrein. Als het terrein is omgespit, verdeel je het in percelen. Bedek vervolgens de bodem van de percelen met een laagje plantenmateriaal. Gebruik daarvoor hooi, stro, lang gras of ander kruidachtig materiaal. Maak de laag minstens een halve cm dik, en zeker niet dikker dan 2 cm. Zo’n laag noemen we mulch. De pas aangelegde moestuin kan zo de winter in.

     

Hoe verander je braakland in moestuingrond?

Een stukje tuin waar lang niets aan gedaan is, noemen we braakland. Er ontstaat een dichte begroeiing van wilde planten. Als het braakland veel weg heeft van een weide, dan ga je te werk zoals beschreven bij het grasland. Is er meer andere kruidgroei dan gras, verwijder die dan eerst.

  • Kruidgroei steek je uit met een spitvork.
  • Graspollen wrik je los met een mesthaak.
  • Vervolgens ga je te werk zoals beschreven staat bij het omvormen van een grasland.

       

Een schooltuin in moestuinbakken

In een pot, moestuintafel of moestuinbak (die niet in de volle grond overgaat) zit niet hetzelfde leven als in de volle grond. De inhoud van je pot of kweekbak is dan ook bepalend voor het succes van je moestuin.

        

De onderlaag

Grote potten kun je het beste meteen op de juiste plaats zetten voor je ze gaat vullen. Zet ze bij voorkeur op stenen of balkjes zodat ze iets van de grond af staan. Op die manier bescherm je de ondergrond en zorg je dat het water gemakkelijk weg kan. Vul te grote gaten onderin de pot op met potscherven, worteldoek, jute of karton, zodat het water uit de pot kan, maar de aarde in de pot blijft. Voor grote potten kun je kurken of kleikorrels onderin de pot aanbrengen of onder de grond mengen om de pot minder zwaar te maken. De kleikorrels houden bovendien goed water en voedingsstoffen vast. Let er wel op dat de pot zwaar genoeg is zodat hij niet kan omvallen of omwaaien.

Zorg ervoor dat je grond vochtig is op het moment dat je zaait of plant. Bedek je zaadjes met een dun laagje grond of druk je plantjes goed aan, dan komen ze zo snel mogelijk in contact met het water.

    

De moestuingrond

Elke plant heeft steun, water, lucht en voedingstoffen nodig. Zorg er dus bij de samenstelling van je grond altijd voor dat deze elementen voor de plant beschikbaar zijn tot hij volgroeid is. De grond moet het water goed laten insijpelen, maar mag ook niet te snel uitdrogen.

In tuincentra kun je klaargemaakte potgrond kopen. Die bevat alles wat planten de eerste weken nodig hebben, maar hij bevat ook turf, schadelijke stoffen en chemicaliën. Turf wordt gewonnen uit ecologisch zeer waardevolle gebieden en is niet hernieuwbaar. Het is dan ook beter om die potgrond niet te gebruiken. In onze webshop vind je een alternatief voor deze potgrond op basis van kokosvezel, lavagruis en organisch materiaal.

      

Water voor de moestuin

Het is moeilijk om exact te zeggen hoeveel water je aan je planten moet geven; het is een kwestie van aanvoelen. Controleer elke dag eens of de grond nog vochtig is en geniet ondertussen van je eigen creaties. Geef water op het begin of het einde van de dag wanneer je planten niet in de zon staan. Je geeft water totdat er een klein beetje water uit de moestuinbak loopt. Controleren of je grond nog vocht genoeg bevat doe je met de knijptest. Neem een handvol grond. Als je die grond samen knijpt mag er geen vocht uitkomen, maar hij mag ook niet volledig uit elkaar vallen wanneer je je hand weer opendoet.

Er zijn een aantal systemen die ervoor zorgen dat je grond niet te snel uitdroogt. Zorg bijv. voor een mulchlaag bovenop je aarde. Deze laag bestaat uit niet verteerd organisch materiaal, zoals cacaodoppen, onverteerde compost, stro, houtzaagsel en -snippers of boomschors. Dit materiaal zorgt ervoor dat het water beter wordt vastgehouden en minder snel verdampt. Bovendien geeft dit mulchmateriaal langzaamaan voedingsstoffen af aan de grond.

Gebruik eventueel een aantal planten als signaalplanten. Observeer welke planten het meest gebukt gaan onder droogte. Hangen deze planten er slap bij, dan weet je dat je ook de andere planten water moet geven.

     

Voeding in de moestuin

Na een tijdje, meestal na zo’n 6 à 8 weken, zullen je eetbare planten wat extra voeding nodig hebben. Hoeveel en wanneer je daarmee moet starten hangt af van de groenten die je teelt en de grond waarin ze groeien. Zo zul je snijsla of raapsteeltjes in bloembakken niet moeten bemesten, maar grotere planten die langer in de pot blijven – zoals tomaten en courgettes – zullen vanaf het moment dat ze goed vruchten beginnen te dragen toch wel wat extra voeding nodig hebben.

Een schepje compost aan de kweekbak toevoegen kan zorgen voor extra voeding, maar heeft als nadeel dat de pot daarmee meestal snel vol is. In de winkel kun je biologische mestkorrels kopen die je droog in de pot strooit. Lees goed op de verpakking hoeveel mest je per liter grond mag geven. Te veel mest kan het einde van je plant betekenen. Telkens je je plant water geeft, lost een deel van de korrels op en de voeding wordt zo beschikbaar.

     

Beginnen met je schoolmoestuin?

We helpen je uiteraard graag verder! Misschien dat onze moestuinbakken, moestuintafels en moestuinrekken uitkomst kunnen bieden. In ieder geval zetten we graag onze expertise in om je te ondersteunen op het gebied van jouw schoolmoestuin, omdat wij geloven dat iedereen zich kan voorzien in zijn of haar eigen voedsel. Je moet alleen even weten hoe!

Waarom onze moestuin?

Verantwoord gezonde groenten kweken
Ga aan de slag met jouw moestuin en geniet binnenkort van verse groenten en kruiden.

Simpel groenten verbouwen op niveau
Groenten kweken in de moestuinbakken bied optimaal kweekgemak en kost weinig tijd.

Stevige, duurzame moestuin
Het stalen frame zorgt voor een stevige, weerbestendige moestuin.

Iedereen kan groenten kweken met onze moestuinbak

Wij geloven dat iedereen een duurzame moestuin kan beginnen, zelfs op jouw balkon of terras of als het je ontbreekt aan tijd. Door duurzame moestuinbakken en moestuintafels te ontwerpen en handige tips en tricks te bieden leren we jou hoe je aan de slag gaat met een moestuin. Voor je het weet heb je groene vingers, begin jij ook een moestuin?

Onze oplossingen: MoestuinrekMoestuinbakMoestuintafel | Verhoogde moestuinbak

Moestuinbak

Ook op jouw balkon of terras is het mogelijk een moestuin te beginnen. De moestuinbakken zijn ontworpen zodat jij groenten en kruiden kunt verbouwen. Plaats een moestuinbak op jouw balkon, terras of dak en begin ook met kweken.

Moestuintafel

Als je last hebt van je rug of graag op hoogte werkt is het mogelijk een moestuin te beginnen. De moestuintafels brengen de moestuinbak binnen handbereik. Verbouw jouw groenten op hoogte en heb altijd een goed zicht op jouw moestuin.

Moestuinrek

Zelfs zonder veel ruimte is het mogelijk een moestuin te beginnen. Door meerdere moestuinbakken boven elkaar te plaatsen creeren we extra ruimte voor jouw moestuin. Groei de hoogte in met een moestuinrek.